Rogue Angel 4

Rogue Angel 4

woensdag 5 oktober 2016

Time flies - what goes up, must come down


Een maand geleden:

Het is iets na 8.00 wanneer ik de huisarts bel om een afspraak te maken. Wanneer de assistente vraagt wat mijn klachten zijn hoor ik mezelf met een klein en bibberig stemmetje zeggen dat ik denk dat ik een burn-out heb. Zonder verdere vragen wordt me verteld dat ik met een half uur terecht kan. 
De wandeling naar de praktijk, een straat of 4 bij me vandaan, voelt aan als een hindernisbaan in slow-motion. De meest logische route gaat langs een klein winkelcentrum. Ik kijk zoveel mogelijk naar de grond, ben schrikachtig, schichtig en wil eigenlijk het liefste weer meteen naar huis. 
In de wachtkamer staar ik als een zombie voor me uit en loop uiteindelijk, nog steeds met neergeslagen ogen, de spreekkamer in. 

Eenmaal binnen ga ik los. Ik voel de tranen komen en een deel van me probeert ze nog weg te duwen, maar er is geen houden aan. Tussen mijn gesnik probeer ik mijn verhaal te doen: Dat ik moe ben, murw, lamgeslagen en gewoon helemaal op. Dat ik gehoopt had in 2 weken vakantie wat bij te tanken, maar dat ik er erger uitgekomen ben dan ik erin ben gegaan. De laatste dagen waren we in Berlijn, mijn man, zoon en ik. Een stedentrip waar we ontzettend naar uitkeken, we gaan niet snel weg. De eerste avond op de hotelkamer kwam het vanuit het niets. Ik begon met huilen en kon niet meer ophouden. Vanuit mijn tenen kwam het. Het enige wat ik nog weet van die bewuste avond is het onbedaarlijke huilen en de keren dat geprobeerd heb "sorry" te zeggen tegen mijn man die me heel de avond in zijn armen hield tot ik van uitputting in slaap viel. De volgende ochtend waren al mijn eerdere twijfels weg. Dit is niet even een dipje, dit los ik niet op met die 2 weken vakantie, ik moet echt hulp gaan zoeken.
Mijn huisarts kijkt me begripvol aan en laat me mijn verhaal doen. Ze heeft me dit jaar al vaker gezien, nadat ik op straat overvallen en mijn hand gekneusd was en later toen ik vermoedens had van een tekenbeet. Toen was ik al zo moe, maar ik weet het aan mijn 2 nieuwe banen. Als je veel werkt, ben je logischerwijs dus ook sneller moe, toch?
Ik probeer door mijn tranen heen te lachen. Ik voel me ineens een beetje een aansteller. Kijk mij hier nu eens zitten. Hoe kan ik mezelf serieus nemen? Toch bevestigt mijn huisarts het al snel. Ik heb de goede stap genomen door aan de bel te trekken, er is natuurlijk best wel wat gebeurd de afgelopen maanden en daar zaten blijkbaar ook traumatische gebeurtenissen tussen.
Een van mijn sterkste eigenschappen is relativeren. Maar ik kan het niet meer...
Mijn huisarts knikt nog eens bevestigend en draagt me op om me ziek te melden en de komende 2 weken helemaal niets te doen, met uitzondering van bewegen. Ik krijg contactgegevens mee van de chiropractor, Cesartherapeut en het maatschappelijk werk evenals een afspraak over 2 weken. Bij het weggaan wordt me sterkte gewenst, maar ergens roept een stemmetje dat ik dát juist niet kan nu.

Met de luxe van 2 banen en heb ik nu dus ook de loodzware taak om 2x eenzelfde gesprek te gaan voeren. Doodop begin ik aan mijn telefoontjes en ik sta me om mezelf op te vreten dat ik hier zoveel moeite voor moet doen en er zo tegenop zie. Gelukkig had ik voor de vakantie al aangegeven dat het niet zo lekker ging en kom dit niet uit het niets. Toch knaagt het aan me. De laatste keer dat ik ziek was, heb ik onderweg naar mijn werk mijn ontbijt langs de vluchtstrook gedumpt door een buikgriep en ben nog zo goed en kwaad als het kon de vloer opgegaan tot er vervanging was. 

Nadat ik klaar ben met bellen, gesprekken die al snel 20-30 minuten in beslag nemen, wil ik nog maar 2 dingen; naar huis en slapen. De dagen die volgen brengen diepe dalen met zich mee. Ik heb moeite om toe te geven en rust te nemen, maar ben zelfs na de kleinste inspanning al zo moe dat ik weer slapend op de bank eindig. Ik ben onrustig, weet niet wat ik met mezelf aanmoet en baal dat ik zelfs in huis veel dingen moet laten liggen.

Na 2 weken mag ik opnieuw naar de huisarts. 
Ondertussen ben ik weer afspraken bij de fysiotherapeut gaan maken. Ik loop namelijk al een jaar met een peesplaatontsteking onder allebei mijn voeten, een kwaal die hoogstwaarschijnlijk te wijten is aan de lange dagen staan op mijn werk. Ik was al eerder met behandeling begonnen, maar het werk ging gewoon door en daardoor kon ik geen rust nemen, terwijl mijn voeten dat juist zo nodig hadden.
Ook was ik naar het inloopspreekuur van o.a, het maatschappelijk werk geweest en had op mijn zoons school (speciaal onderwijs) met de interne begeleidster gesproken om aan te geven van hoe en wat. Onze zoon heeft autisme en dat creëert ook thuis de nodige extra stress en spanningen, maar met de start van het nieuwe schooljaar wilde ik meteen duidelijkheid en openheid zodat het op tijd gesignaleerd kan worden als hij op school in de problemen zou komen. Leg maar eens aan je kind uit dat mama wel thuis is, maar eigenlijk nog geen stuiver waard...
Alleen al vanuit het gezinsstukje heb ik dus behoorlijke moeite gehad écht rust te pakken en ik geef ook aan dat vooral mijn fysieke klachten en mijn concentratie alleen maar slechter zijn geworden in die 2 weken. 

Hetzelfde vertel ik de bedrijfsarts waar ik diezelfde middag langs mag. Ik zie enorme beren op de weg, mede doordat ik maar 1 ervaring heb met langer ziek zijn op mijn 18e en dat was helaas een negatieve. Gelukkig maak ik me weer druk om niets, ook zo'n heerlijke eigenschap van me. Met een verse verwijzing voor een psycholoog van mijn huisarts en het bovenstaande verhaal kan de bedrijfsarts een redelijk beeld krijgen van hoe of wat. Nog steeds onder de noemer burn-out begin ik aan een 3e week thuis en probeer uit te kijken naar mijn zoons verjaardag dat weekend.

                                                  

De goede en slechte dagen wisselen elkaar af. Ik trap mezelf iedere dag naar buiten voor wat frisse lucht en beweging, wat helaas ook tegengewerkt wordt door mijn pijnlijke hielen. Fietsen is me wel aangeraden, dus probeer ik dagelijks een flinke fietstocht te maken. Elke dag wat boodschappen doen, even eruit, onder de mensen. 
Het kost me ontzettend veel moeite. Ik ben vergeetachtig en sta trillend en met hartkloppingen in de supermarkt. Ik ben snel geprikkeld, maar ook prikkelbaar en kan niets hebben.
Als ik per ongeluk een aanvaring heb met mijn vel en een ritssluiting begin ik te huilen als een klein kind dat van de schommel gevallen is. 
Mijn man maakt grapjes om me op te vrolijken en hoewel het soms werkt, schiet het me vaak in het verkeerde keelgat en word ik onredelijk boos of intens verdrietig.
Ik slaap 's nachts door maar ben doodmoe als ik wakker word. Na een afwasje staat het zweet me op mijn voorhoofd en mijn hele lijf doet zeer nadat ik mijn was aan de droogmolen heb gehangen.

De meesten van de kleine groep familie en vrienden die op Damian's verjaardag komen zijn op de hoogte van mijn situatie. We hebben alles ruim voorbereid en ingepland qua tijd. Ik wil zo graag dat onze grote kleine man een leuke dag heeft, maar van mij mag alles afgeblazen worden.
Ik merk dat mijn stekels omhoog gaan met al dat 'moeten' en zit een deel van de middag binnen met mijn beste vriendin te praten. Het lucht op, maar zelfs dat is niet genoeg en ik ben zo ontzettend blij wanneer iedereen weg is. Meteen voel ik me schuldig, maar probeer dat uit mijn hoofd te krijgen.

Een van de dingen die ik van mezelf mag (!) doen is loslaten. Me niet meer overal zo druk om maken, want ik heb er simpelweg de energie niet voor.
Hetgeen waar ik me juist zo mee identificeer, namelijk mijn tomeloze energie, is weggeëbd. Mijn concentratie is dramatisch en ik vergeet van alles, waaronder een ouderavond eerder die week.
Telefoongesprekken met verzuimbegeleiding, werkgevers en de bedrijfsarts zuigen de energie uit me.
De tijd vliegt en ik weet wel zeker dat ik de vlucht gemist heb.

De psycholoog is ondertussen ook in beeld. Er zijn wachttijden, maar ik ben brutaal en geef aan dat ik bij uitval van andere cliënten graag gebeld wil worden. Ik zit toch veel thuis en heb nauwelijks plannen en mijn inzet wordt beloond met een afspraak in de praktijk van mijn huisarts.

Mijn verhaal vliegt eruit en ik hoor mezelf ratelen over thuis, vroeger, kleine en grote dingen uit mijn verleden en de dingen waar ik nu tegenaan loop. Het lucht op en het is het eerste gesprek in vele weken waarin ik wel wat tranen op voel komen, maar niet in huilen uitbarst.
Ik krijg advies mee om met online therapie aan de slag te gaan en meer structuur aan te brengen, juist met de dingen die me energie geven.
Ik weet ze op te noemen, alhoewel ik er de laatste tijd zelden aan toe kwam, laat staan dat ik energie krijg uit mijn persoonlijke uitlaatkleppen.

Eenmaal thuis ben ik leeg. Ik kruip op de bank tegen mijn man aan en probeer te ontspannen.
Ik wil zoveel en kan zo weinig. 
Langzaam begin ik te beseffen dat het mag, dat het goed is zo.
Dat ik lang genoeg sterk ben geweest en nu even niet sterk hoef te zijn.

Tussen iets weten en iets doen zit vaak een groot verschil. Misschien is het ook juist wel een kwestie van je hoofd 'uitzetten', iets waar ik als ADHD-er behoorlijk veel moeite mee heb.
De maand vliegt voorbij in periodes van slapen, huilen en van voor niet weten wat ik achteren aan het doen ben. Het schijnt erbij te horen en pas als ik dit toelaat merk ik dat ik af en toe een 'helder' moment heb. 

Een maand geleden brak ik en wilde ik meteen mijn stukjes oprapen om de boel weer aan elkaar te lijmen. 
Een maand later krijg ik mijn verhaal op papier, al is het maar het topje. 
Wat ik nu ervaar heeft niet maar 1 oorzaak. Ik heb geen rotbaan, geen constante doffe ellende en allerlei problemen thuis. De afgelopen jaren is mijn emmertje wel steeds voller geraakt en achteraf gezien heb ik het nog lang volgehouden met die volle emmer. Met een zorgintensief gezin, veel persoonlijke tegenslagen op meerdere vlakken en heel specifiek; de straatoverval en mijn ontslag eerder dit jaar.
Ik had teveel borden in de lucht en dan weet je al dat ze een keer gaan vallen.
Ook ik ben gevallen en gebroken, maar ik heb geaccepteerd dat het zo is en probeer los te laten. Ik ga mijn stukjes zoeken, maar als ik straks iets mis kan ik daar ook mee leven. Er zitten al genoeg steekjes bij me los :)

Hoe lang dit gaat duren weet ik niet, ik weet alleen dat ik de man met de hamer niet nog een keer tegen wil komen. Er zullen dingen moeten veranderen en niet alleen in mezelf maar ook daarbuiten. Ik hik niet alleen tegen mezelf, maar vooral ook onze maatschappij aan. Hoe ik daarmee om mag gaan ga ik uitzoeken, maar eerst werk ik aan mezelf.

Tijd vliegt, eens zien of ik toch nog kan genieten van de vlucht...

                                     

donderdag 28 juli 2016

A Hitchhiker's Guide, paying it forward..



Vorige week dinsdag was het een heerlijke zonnige dag. Voor mij een zeldzame dag vrij (met 2 banen is weekend meestal 1 vrije dag na een werkweek van een dag of 7-8) en ik had plannen om aan het eind van de dag een woning te bezichtigen in Zuid-Beijerland. Aangezien manlief in Rotterdam aan het werk zou zijn had ik al snel het plan opgevat om in de loop van de dag ook naar Rotterdam te gaan, zodat we daar vanuit door konden rijden voor de bezichtiging. 
Mijn OVchip is begin juni al verlopen en ik had ook niet bijster veel zin om als een sardientje in een overvolle en zweterige bus en/of trein te reizen, dus ik had het plan opgevat om te gaan liften. 
Het thuisfront (niet aldaar aanwezig, maar wel bereikbaar) hield ik op de hoogte van mijn gang van zaken en ik liep lichtelijk gespannen, maar vol goede moed naar een benzinepomp aan de Zuidelijke rondweg, vlakbij mijn huis. Binnen 10 minuten had ik een lift te pakken en onderweg veranderden de plannen van mijn chauffeur wat erin resulteerde dat hij me niet halverwege, maar het hele stuk bracht. Tijdens de rit hebben we over van alles zitten praten en ook het liften 'an sich'  
Zoals hij vertelde nam mijn chauffeur wel vaker lifters mee en zag het als zijn goede daad van de dag; paying it forward.

Met dat vers in gedachten bood ik gisteren na mijn werk (baan 1: Starbucks barista bij Shell de Zuidpunt aan de A16 bij Dordrecht) een stel uit Roemenië een lift aan terug naar Breda. Ik moest toch die kant op en vond het een kleine moeite, passend bij een stukje 'geven & nemen'
Ze moesten naar Lille en ik bood aan dat ik ze of naar Hazeldonk kon brengen of het station in Breda. Helaas hadden zij zelf al behoorlijk veel tijd verloren om een lift van Rotterdam naar Dordrecht te krijgen en wilden ze het risico niet nemen om op Hazeldonk te stoppen om daar vervolgens niet verder te komen. Ik heb een kleine omweg gemaakt langs mijn oude werkplek, het stel uitgelegd waar ze terecht konden voor informatie over hoe ze verder konden reizen en als klap op de vuurpijl heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om bij mijn oud-collega's van Starbucks Breda langs te gaan.

Tsja, ik was uiteindelijk behoorlijk later thuis dan ik anders geweest zou zijn, maar wel een gezellig gesprek en een leuke ervaring rijker. Ik heb mezelf al voorgenomen om vaker open te staan voor lifters, mocht het mij zo uitkomen en mocht ik geen raar gevoel krijgen bij de persoon of personen die op een lift staan te wachten. Het blijft altijd een gok, maar nooit geschoten is altijd mis.

Wat dat huisje betreft waar we zijn wezen kijken, het was heerlijk: Kleiner, in een rustig dorp wat wel goed toegankelijk is en veel natuur in de omgeving. Jammer genoeg liepen we tegen iets teveel punten voor verbetering aan, dus nadat ik gisteren mijn lief had verteld waarom ik later thuis was, heb ik de makelaar laten weten dat we geen bod uit zullen gaan brengen op de bewuste woning. Voorlopig lijkt het er dus op dat we nog even in Breda blijven wonen, maar mocht ik de kriebels krijgen, dan ga ik gewoon weer richting benzinepomp en zie ik wel waar ik deze keer uitkom...

maandag 21 maart 2016

Straatroof

Het moment waarop ik van achteren besprongen word staat in mijn geheugen gegrift. Een akelige kalmte komt over me heen, samen met de irritatie en verontwaardiging wanneer ik mijn aanvaller herken. Hetzelfde mannetje dat me eerder die donderdagavond al lastig viel is me blijkbaar gevolgd. Ik worstel met de knul, die bijna net zo groot is als ik. Hij schreeuwt, ik voel dat mijn bril scheef op mijn neus staat, maar ik zet me schrap en blijf vasthouden. Terwijl hij probeert om achter een container weg te schieten registreer ik een trap in mijn buik. Met 2 handen klamp ik me aan zijn jas vast, zelfs nu de container tussen ons in staat. Mijn keelontsteking vergeet ik terwijl ik begin te schreeuwen om hulp. Uitgerekend nu is er niemand op straat. Ik weet niet hoelang ik dit nog vol kan houden. De adrenaline giert door mijn lijf en ineens komt daar mijn eerste redder in nood. Ik laat los en de te hulp geschoten buurtbewoner grijpt de knul vast. Ondertussen komen er nog meer buurtbewoners toegesneld. Ik herken gezichten, maar het gaat zo snel. Een buurman belt de politie terwijl ik probeer te verwoorden wat er gebeurd is. Weet ik zelf wel wat er gebeurd is? Ik weet dat ik aangevallen ben, dat iemand die ik niet ken zonder mijn toestemming aan mijn lichaam heeft gezeten. Ik ben aangevallen... 
Later op de avond en de dag erna komt langzaam het besef. Ik ontdek blauwe plekken, mijn vingers zijn gekneusd en ergens tijdens de worsteling heb ik een klap tegen mijn hoofd gehad, waardoor niet alleen mijn bril gesneuveld is, maar ik ook een tand door mijn lip heb.
Die verdomde knul, hij kan hooguit een jaar of 13 zijn. Afrikaans uiterlijk, onrustige ogen, probeert zich los te worstelen uit de houdgreep van mijn redder. Probeert te praten, of is het schreeuwen? Wat er met hem gebeurt als we de politie bellen. 'Als' is geen optie, de buurman is al aan het bellen en geeft mij de telefoon. Ik geef mijn gegevens door en vertel wat er gebeurd is, alhoewel de intentie me nog steeds niet duidelijk is. Er wordt gevraagd op welke hoogte van het plein ik sta. Ik kijk om me heen, maar zie geen huisnummers. Om me heen roepen buurtbewoners huisnummers, ze klinken net zo gefrustreerd als ik me voel. 
Terwijl we wachten stuur ik mijn man het bericht dat hij nu naar het plein toe moet komen; dat ik belaagd ben en dat de politie al onderweg is.
De knul is rustiger nu, maar wordt nog steeds stevig vastgehouden. Hij zegt iets wat ik me niet meer kan herinneren en ik roep terug dat hij van andermans lijf af moet blijven. Een omstander zegt dat dat aanranding heet tegen de knul, die begint te lachen. Het flitst door mijn hoofd, aanranding.... Is dat waar dit om ging? Onrustige ogen schieten heen en weer terwijl de knul arrogant zegt dat het hem om mijn telefoon te doen was. De omstanders hebben geen hoge pet van hem op, vooral niet nu hij bekent wat zijn intenties waren. 
Hij zegt nog iets over daders die spijt hebben nadat ze gepakt zijn. "Daders die spijt hebben hebben geen spijt van hun daad, maar van het feit dat ze gepakt zijn" hoor ik mezelf zeggen. De knul kijkt om zich heen en zegt de woorden die bevestigen dat er iets helemaal mis is met deze jongen: "Maar de volgende keer doe ik het anders. De volgende keer neem ik een hamer mee..."
Ik zie mijn man aankomen en loop hem tegemoet. Waarschuw hem meteen dat de knul gepakt is en dat hij hem niets moet doen. Dat de politie onderweg is en dat zij het verder aan gaan pakken. 
Inderdaad komen er ineens wagens het plein oprijden. Met piepende remmen stoppen ze bij het groepje mensen waar ik ondertussen deel van uitmaak. De knul wordt overgedragen en zonder gedoe in de boeien geslagen. Hij roept van alles terwijl hij opgeladen wordt. Ik mag ondertussen vertellen wat er gebeurd is. Nog steeds ben ik vrij kalm. En verontwaardigd, snotbrak!
Een agent vraagt waar ik woon en of ik aangifte wil doen. Is het een optie om dat niet te doen?! We spreken af op het bureau, want ik rijd liever met manlief mee. Hij loopt weg om de auto te halen en iets te regelen voor onze zoon van 10 die nog heerlijk ligt te slapen. Eén straat verderop maar....
Terwijl ik ook naar huis loop, vergezeld door een andere buurtbewoner, hoor ik al de eerste geluiden van eerdere onrust. Dat deze knul al een paar dagen aan het rondspoken is. Dat hij al eerder al opgepakt zou zijn deze week. Ik snuif en bries, voel me gekrenkt in mijn trots en wil niets liever dan deze knul aanklagen. Mijn beschadigde bril, daar mag hij ook voor opdraaien. Mijn knop is om naar de praktische stand. Eerst alles regelen op het bureau.
Ik stap bij mijn man in de auto en terwijl we naar het bureau rijden doe ik mijn verhaal. Een stukje 'wat als' wanneer hij terugkomt op zijn twijfels om met me mee te gaan wandelen vanavond. Het is niet anders, houd ik hem en mezelf voor. Gebeurd is gebeurd en het had veel erger af kunnen lopen.
Eenmaal op het bureau begint het verhaal van voren af aan. Zoveel mogelijk details probeer ik uit mijn verwarde hoofd te krijgen en het lukt me verbazend goed om mezelf bij elkaar te houden en mijn verhaal te doen. Ondertussen wordt er veel gebeld door de agent die mijn aangifte opneemt. Het blijkt dat de knul nog maar 11 is, waardoor iedere kans op strafrechtelijke vervolging verdwijnt als sneeuw voor de zon. Een deel van me wil hier boos om zijn. Als hij zich groot genoeg waant om me aan te vallen, aan te randen, te beroven, dan is hij groot genoeg om de consequenties ervan te dragen!
Een deel van me snapt ook heel goed dat niemand hier daar iets aan kan veranderen, het is de wet. En hoewel me al toegezegd wordt dat alle mogelijk instanties die wel iets kunnen doen, hierbij betrokken gaan worden, voel ik me alsof ik verdoofd ben. Geen vervolging, maar ik kan wel kijken of ik de schade aan mijn bril vergoed kan krijgen en eventuele medische kosten voor mijn hand, die steeds dikker wordt en waar ik nog naar moet laten kijken door de huisarts de volgende dag. Mijn gegevens worden doorgegeven aan bureau Slachtofferhulp en ik wil zelf ook op de hoogte gehouden worden van het verloop van de zaak, voor zover je het een zaak kunt noemen.
Ruim 2 uur zitten we op het bureau. Het is rond middernacht wanneer we willen gaan, maar wanneer we de verhoorkamer uitlopen staan daar de ouders van de knul bij de receptie. Terug de kamer in dus, om escalaties te voorkomen. Op dat moment kan ik me er niet druk om maken. Tijdens de aangifte is al naar voren gekomen dat de knul een probleemgeval is en dat de ouders blijkbaar ook niet meer weten wat ze met hem moeten. Misschien komt het doordat ik zelf een zorgintensief gezin heb, misschien is het sterke empathie of veel ervaring hebben met mensen met een beperking. Hoe dan ook, ik voel een vlaag van medelijden voor deze mensen. 
Wanneer ze hun zoon meegenomen hebben (hij mag vanwege zijn leeftijd niet de nacht op het bureau doorbrengen) komen andere agenten ons het groene sein geven om weg te gaan. We praten nog wat na. Over hoe belachelijk jong deze knul is en hoe fout het al gaat. Dat hij nu al zat te prevelen dat hij wel overvallen kon gaan plegen. Morgen zal hij hoogstwaarschijnlijk uit huis geplaatst worden, waarschijnlijk naar een gesloten instelling.
Nu gaan we eerst naar huis, mijn man en ik. Terwijl we over de parkeerplaats lopen komen de eerste emoties los. Ik laat mijn tranen lopen terwijl mijn man zijn armen om me heen slaat. De betrokken agenten gaven al aan dat ik altijd kon bellen en er wordt morgen contact opgenomen om door te nemen hoe het nu verder moet en gaat. Eenmaal thuis zet ik de TV nog even aan ter afleiding en ik slaap uiteindelijk verbazend goed.
De volgende dag gaat alles door. Ik mag weer werken deze vrijdag en ik wil ook gewoon door. Wanneer mijn man naar zijn werk is en onze zoon naar school, ga ik eerst langs mijn huisarts. Mijn linkerhand is grotendeels opgezet en pijnlijk. Bij de huisarts kan ik mijn verhaal kwijt. Ze had de grote lijnen al meegekregen en weet me een hart onder de riem te steken. Mijn hand is gelukkig niet gebroken, enkel flink gekneusd en zal genezen met een aantal weken tijd. Verder heb ik geen blijvende of andere voel- of zichtbare schade opgelopen. Opgelucht stap ik op de fiets richting het station, maar zodra ik binnenstap bij mijn collega's voel ik een zwaar gewicht op mijn schouders drukken. Ze hebben meteen door dat er iets aan scheelt en nemen me apart om mijn verhaal te doen. Gedurende de ochtend en het begin van de middag probeer ik me te verliezen in mijn dagelijkse gang van zaken, maar ik krijg het niet voor elkaar. Ik ben schrikachtig, snel afgeleid, moe en mijn hele lijf doet me zeer. Na een paar uur voel ik dat ik in tranen uit wil barsten en ga naar achteren. Mijn lieve collega's zijn oplossingen aan het zoeken zodat ik eerder weg kan. Een vriendin die langskomt in de store weet me weer op te beuren en geeft me wat extra hulp mee voor de komende dagen. Ik word geknuffeld ik voel me gesterkt door alle reacties en lieve woorden.
Zodra ik van de vloer kan moet er echter nog geregeld worden. Ik ben al meerdere keren gebeld door de recherche. Vandaag is de knul verhoord in het bijzijn van zijn ouders en er gaan maatregelen genomen worden. Ik krijg te horen dat de vader graag met me mee zou gaan naar de opticien om de schade aan mijn bril te regelen. Juist nu alle emoties er bij mij uitkomen, heb ik geen behoefte aan direct contact met deze man, maar aangezien zijn zoon niet vervolgd wordt, is dat de enige manier om eventuele schade vergoed te krijgen. Ik fiets direct naar mijn opticien, die kosteloos mijn bril weer oplapt. Geen schade dus... Ik neem me voor om mijnheer een brief te sturen maar ben er tot op heden nog niet aan toegekomen.
Ik weet niet hoe het hen de komende dagen vergaan is. Begrijpen ze wat hun zoon gedaan heeft in zijn 'poging tot straatroof'? Ik wil het ze niet te zeer kwalijk nemen, maar de dagen erna merk ik van alles aan mezelf. Ik ben onrustig bij groepen mensen en in de supermarkt spring ik bijna een meter de lucht in, wanneer er een jongen voorbij komt die lijkt op de knul die me aangevallen heeft. Later spreek ik er een vriendin, die met me meeleeft en ook aangeeft dat ik haar altijd mag bellen als er iets is. Ik word er warm van, maar weet ook dat dit mijn eigen strijd zal zijn.
Ik ben alle dagen moe, omdat ik merk dat ik overal alert op probeer te zijn. Ik houd mijn omgeving meer in de gaten en schrik snel, mijn lontje is absurd kort.
Gelukkig durf ik wel gewoon naar buiten. Samen met mijn zoon was ik de ochtend erna al weer op het plein, op zoek naar een verloren deel van mijn bril.
Ik heb altijd van mezelf geloofd dat ik redelijk sterk ben en ik baal ergens dat ik me zo laat kennen, door zo'n knul nota bene. Het knaagt aan mijn trots, maar daarentegen heb ik 'm wel gepakt. Wie weet wat hij anders gedaan zou hebben en bij wie? 
Wanneer ik mijn moeder aan de telefoon heb over het hele voorval, weet mijn vader die meeluistert al snel te melden dat de knul een week eerder opgepakt was voor vernieling in dezelfde buurt. Het benauwd me hoe snel dit escaleert, maar hopelijk hebben we dit nu een halt toegeroepen.
Tegen mijn man grap ik vanochtend dat ik mijn eigen held ben, maar ik heb de afgelopen dagen meerdere helden om me heen gehad. Mijn dank gaat dan ook uit naar mijn buurtbewoners, mijn redders in nood, de betrokken agenten en alle lieve mensen om me heen die me gesteund hebben de afgelopen dagen. 
Ik weet dat ik er nog niet ben, maar het begin is er en de eerste stappen in de nasleep gaan rustig de goede kant op...